Cursus Word 2010

(versie 31-10-2013 - © 2011 Twents Carmel College, loc. Denekamp)

In deze cursus leer je hoe je een verslag maakt met Microsoft Word 2010. Aan de hand van opdrachten en filmpjes maak je kennis met de verschillende onderdelen van Word en leer je hoe je dit kunt gebruiken bij het maken van verslagen.

Aan het eind maak je een verslag, waarbij je alle geleerde onderdelen toe gaat passen. Daarnaast gebruik je deze manier van verslagen maken voor alle vakken hier op school.

In de cursus leer je o.a. het volgende:

  1. Teksten kopiëren en plakken in een standaard lettertype
  2. Plaatjes opslaan van het Internet
  3. Tekst om plaatjes laten lopen
  4. Pagina's, alinea's en regelafstanden maken
  5. Werken met tabs
  6. Werken met inspringen
  7. Werken met tabs en inspringen samen
  8. Opsommingstekens gebruiken
  9. Stijllen en een automatische inhoudsopgave maken
  10. Paginanummers invoegen
  11. Teksteffecten
  12. Tabellen maken
  13. Kolommen maken

Voor elk onderdeel bestaan er oefeningen, die je inlevert via de studiewijzer van TGV in SOMtoday. Elke oefening wordt uitgelegd aan de hand van een korte video.

Tijdens de cursus heb je oefenbestanden nodig. Deze oefenbestanden vind je onderaan in de studiewijzer van TGV 1. Download deze bestanden eerst, voordat je met de cursus begint.

 

Tijdens de cursus zie je rode tekst met opdrachten. Achter de opdracht staat welke klas (B, C, of D) de opdracht maakt.

Staat er bijv. Opdracht 1: (BCDE), wil dat zeggen dat alle klassen de opdracht maken. Staat er (CDE) geldt dit alleen voor de C, D en E-klassen en (DE) is alleen voor de D en E-klassen.

Lees de zwarte tekst goed door en bekijk de filmpjes goed. Maak pas daarna de opdrachten.

 

Beginnen

Je kunt Word vinden in het Startmenu onder Alle programma's > Office.

Opdracht 1: (BCDE)

Hieronder zie je het beginscherm van Word. Daaronder wordt uitgelegd hoe het beginscherm werkt.

(1) Menu Bestand voor o.a. bestanden openen, opslaan, printen, enz.
(2) Tabbladen onder elk tabblad zitten knoppen om je document mee te bewerken.
(3) Cursor geeft aan op welke plek je in je document bent en vanaf waar je kunt typen.
(4) Statusbalk hier zie je op welke pagina je bent en hoeveel woorden en pagina's je document heeft.
(5) Zoomknop hiermee kun je in- en uitzoomen op je document.
(6) Vorige en volgende pagina  
     
Leer de begrippen hierboven goed. Je hebt ze telkens weer nodig.

 

A. Teksten kopiëren en plakken in een standaard lettertype

Veel informatie haal je vaak van internet. Iedere website gebruikt andere opmaak. Opmaak is de verzamelnaam voor lettertypen, lettertypegrootte, lettertypekleur, opsommingstekens, tabellen, enz. Om alles netjes op z'n plek te krijgen, maken webdesigners (mensen die websites maken) veel gebruik van opmaak.

Als je teksten gaat kopiëren en je plakt het in Word, wordt de opmaak meegekopieerd. Soms zit er ook opmaak tussen, die je niet kunt zien op de website. Maar als je het in Word plakt, krijg je vaak rare probleempjes. Bijvoorbeeld een rare regelafstond, lettertypen die zomaar veranderen, enz.

Om te voorkomen dat je rare problemen met kopiëren krijgt, maak je vanaf nu geen gebruik van Plakken. Je maakt vanaf nu gebruik van de knop Alleen tekst behouden. Bij deze manier van plakken wordt alleen de tekst en niet de opmaak geplakt. Alle opmaak is dan verwijderd.

Opdracht 2: (BCDE)

Wanneer je de knop aanwijst, zie je de tekst al zonder opmaak verschijnen. Alle lettertypes, lettergroottes, regelafstanden, enz. verdwijnen. Je tekst wordt in het standaard lettertype van Word gezet.

Maak atlijd gebruik van deze manier van plakken. Daarmee voorkom je dat je tekst rare instellingen heeft, gaat verspringen of andere rare dingen doet.

Opdracht 3 (BCDE):

Lever het bestand in via de studiewijzer van SOMtoday

 

B. Plaatjes opslaan van Internet

Een plaatje bij een tekst maakt een verslag minder droog en saai. Een tekst zonder plaatjes is als een computer zonder spelletjes. Er moet ook wat leuks bij zitten. In de cursus "Zoeken op Internet" heb je geleerd hoe je plaatjes kunt zoeken met Google. Je slaat plaatjes op en voegt ze in Word in.

Plaatjes sla je altijd op. Wanneer je een Word-document kwijt bent, hoef je niet al je plaatjes weer op te zoeken. Ook komt het soms voor dat zelfs achter een plaatje opmaak zit. Dit kan bijvoorbeeld een link naar een website zijn. Ook daarom sla je plaatjes eerst op. Kopiëren en Plakken gaat misschien een paar seconden sneller, maar het scheelt veel tijd als je al je plaatjes opnieuw moet opzoeken.

opslaan en invoegen van plaatjes

 

Sla atlijd plaatjes op in je eigen map. Gebruik nooit Kopiëren en Plakken. Daarmee voorkom je dat je plaatjes rare instellingen hebben, en dat je alles opnieuw moet zoeken als je bestand stuk of weg is.

 

Opdracht 4: (BCDE)

Opdracht 5: (BCDE)

In de volgende opdracht ga je nog verder met dit document.

 

C. Tekst om plaatjes laten lopen

Hieronder zie je een filmpje, waarmee je de tekst om een plaatje kunt laten lopen. Dit noem je de tekstomloop of ook wel indeling.

tekstomloop

Opdracht 6 (BCDE):

Lever het bestand in via de studiewijzer van SOMtoday

 

D. Pagina's, alinea's en regelafstanden

Er zijn verschillende manieren om teksten weer te geven. Je kunt er voor kiezen om bijvoorbeeld elk hoofdstuk op een nieuwe pagina te laten beginnen. Of je kunt altijd een regel overslaan tussen alinea's. Of je kunt de afstand tussen regels vergroten/verkleinen. In deze paragraaf leer je hoe je deze dingen kunt doen.

Om deze dingen te begrijpen, is het belangrijk dat je weet wat Word als een alinea ziet. Wanneer je een tekst typt, die langer is dan één regel, gaat de tekst automatisch door op de volgende regel. Als je vervolgens klaar bent met je hele tekst, druk je vaak op de knop Enter.

Wanneer je in Word op Enter drukt, is dat het einde van een alinea. Onthou dit goed, want als je bewerkingen op een tekst doet, gebeurt dat vaak op de hele alinea. Als je bijvoorbeeld de regelafstand verandert, inspringen gebruikt of opsommingstekens, hoef je alleen maar je cursor in de alinea te zetten. Je hoeft dan niet de tekst te selecteren voordat je zo'n bewerking doet, tenzij je meerdere alinea's tegelijk wilt bewerken.

Enter is in Word het einde van een alinea.

Wanneer je een verslag maakt, en je zet elk hoofdstuk op een nieuwe pagina, kun je net zolang op Enter drukken, totdat je op een nieuwe pagina bent. Dit duurt soms alleen erg lang. Bovendien verschijft de hele tekst, als je toch nog iets vergeten bent op de vorige pagina.

In Word maak je daarom gebruik van het paginaeinde. Dit doe je door op CTRL + Enter te drukken. In het filmpje hieronder zie je hoe dat in zijn werk gaat.

Met CTRL + Enter ga je direct naar een nieuwe pagina. De tekst komt dan altijd bovenaan een nieuwe pagina, dus ook als je op de vorige pagina tekst toevoegt

pagina's

Opdracht 7a (BCDE):

Als je een alinea wilt opmaken, hoef je niet eerst de hele alinea te selecteren. Als je de cursor hierin plaatst, is dat al genoeg. Bekijk het filmpje hieronder maar eens.

alinea's

Opdracht 7b (BCDE):

Lever het bestand in via de studiewijzer van SOMtoday

 

E. Tabs

Een moeilijk, maar wel belangrijk onderdeel van Word is het gebruik van Tabs. Een tab is een ruimte tussen twee teksten. De tweede tekst begint dan op een vaste plaats.

Als je schema's moet maken (zoals je hierboven ziet), is het gebruik van tabs erg nuttig en handig. Bekijk het filmpje hieronder maar eens.

tabs deel 1

Opdracht 8a: (CDE)

Naast de standaard-tabinstelling kun je ook andere soorten tabs gebruiken. Bekijk hiervoor onderstaand filmpje.

tabs deel 2

Opdracht 8b: (CDE)

Opdracht 8c: (BCDE)

Lever het bestand in via de studiewijzer van SOMtoday

 

F. Inspringen

Met inspringen kun je alinea's op een bepaalde plek laten beginnen. Je laat bijvoorbeeld de eerste regel inspringen. In onderstaand afbeelding zie je een aantal voorbeelden hiervan.

In het filmpje hieronder wordt uitgelegd hoe het werkt.

inspringen

 

Opdracht 9: (CDE)

Lever het bestand in via de studiewijzer van SOMtoday

 

G. Inspringen en tabs

Wanneer je bezig bent met samenvatting schrijven, is het soms handig om bijvoorbeeld een begrippenlijst te maken. Dit kun je maken d.m.v. een combinatie tussen inspringen en tabs.

In onderstaand filmpje zie je hoe dat werkt.

inspringen en tabs

Opdracht 10: (DE)

Lever het bestand in via de studiewijzer van SOMtoday

 

H. Opsommingstekens

Als je een lijst moet maken met bijvoorbeeld een opsomming van ingrediënten van een recept, kun je heel handig gebruik maken van opsommingstekens. In het filmpje hieronder zie je hoe dat werkt.

opsommingstekens deel 1

Opdracht 11a: (BCDE)

Je kunt de opsommingstekens en de tekst ook verplaatsen met behulp van de knoppen voor inspringen en met tabs. In het filmpje hieronder zie je hoe dat werkt.

opsommingstekens deel 2

Opdracht 11b: (DE)

Opdracht 11c (BCDE)

Lever het bestand in via de studiewijzer van SOMtoday

 

 

I. Stijlen en automatische inhoudsopgave

Zelf een inhoudsopgave typen in een groot document is een hele opgave. Gelukkig heeft Word een manier om de inhoudsopgave automatisch in te voegen. Het enige wat je hoeft te doen, is aangeven wat er in moet komen te staan. Dat doe je met stijlen. Hieronder zie je in een filmpje hoe dat werkt.

inhoudsopgave deel 1

Opdracht 12a: (BCDE)

Als je na het maken van de inhoudsopgave nog de tekst hebt aangepast, verandert de inhoudsopgave niet vanzelf mee. Daarvoor is nog een extra handeling nodig. Hieronder in het filmpje wordt dit uitgelegd.

inhoudsopgave deel 2

Opdracht 12a: (BCDE)

Lever het bestand in via de studiewijzer van SOMtoday

 

 

J. Paginanummering

Onder aan elke pagina staat vaak een paginanummer. Deze kun je automatisch laten invoegen door Word. In onderstaande filmpje zie het hoe dat gaat.

paginanummers

Opdracht 13: (BCDE)

Lever het bestand in via de studiewijzer van SOMtoday

 

K. Teksteffecten

Wanneer je een voorpagina maakt, is het natuurlijk mooi om daar een flitsende titel op te zetten. Door een opvallende titel trek je eerder de aandacht van iemand. Je kunt bijvoorbeeld je titel groter maken of de kleur veranderen, maar een aparte gloed of een schaduweffect springt er toch iets meer uit.

In het filmpje hieronder zie je hoe je teksten een effect kunt geven.

teksteffecten

Gebruik nooit teksteffecten bij hoofdstukken en paragrafen. De effecten zie je terug in de inhoudsopgave. Daarmee maak je je inhoudsopgave erg slordig en onoverzichtelijk.

 

Opdracht 14: (BCDE)

Lever het bestand in via de studiewijzer van SOMtoday

 

 

Extra opdrachten

Tabellen

Iets waar je veel mee te maken krijgt in Word, is tabellen. Door het maken van tabellen krijg je iets mooi overzichtelijk. Hoe je tabellen maakt, zie je in het filmpje hieronder.

tabellen deel 1

Opdracht E1:

Om de opmaak van de tabel te veranderen (kleuren e.d.) bekijk je het onderstaande filmpje.

tabellen deel 2

Opdracht E2:

Lever het bestand in via de studiewijzer van SOMtoday

 

Kolommen

Bij het maken van bijvoorbeeld een nieuwsbrief maak je vaak gebruik van kolommen. Hoe dat werkt zie je in het filmpje hieronder.

Kolommen

Opdracht E3:

Lever het bestand in via de studiewijzer van SOMtoday