Tatoeage

Vroeger werden tatoeages gebruikt om ziektes of boze geesten af te weren. De afbeelding van een sterk dier (leeuw of draak) moest de drager van de tatoeage extra kracht geven. Ook kregen misdadigers en oorlogsgevangenen een tatoeage, zodat ze altijd herkenbaar waren.

Het woord "tatoeage" is afgeleid van het woord "tattau". "Tattau" is een woord uit Haiti en betekent: "markeren". Tegenwoordig nemen mensen een tatoeage vooral om hun lichaam te versieren. Vroeger werd met een scherp voorwerp een snee in de huid gemaakt. In de wond werden dan kleurstoffen gelegd die uit planten werden gehaald. Ook werd met scherpe punten van een plant (denk aan de doorns van een roos) in de huid geprikt. Daarna werd in de wond roet en bessensap gewreven.

Tegenwoordig wordt een machientje gebruikt die een naald snel laat trillen. De naald gaat door een buisje, zodat de naald recht blijft en geen verkeerde bewegingen kan maken. Als de tatoeage klaar is, heb je een soort schaafwond op de huid. De korstjes die ontstaan, mag je niet afkrabben. 6 weken lang mag de tatoeage niet in de felle zon komen, want dan gaat de kleur van de tatoeage verbleken. Degene die de tatoeage uitvoert, heeft meestal handschoenen aan. Ook gebruikt hij schone naalden. Eerst maakt hij de huid waar de tatoeage moet komen, schoon en haalt met een scheermesje alle kleine haartjes weg. Een speciaal schoonmaakmiddel desinfecteert de huid. Dan tekent hij met een stift de vormen van de tatoeage. Voor een spiegel kan de klant bekijken, of de tekening op de goede plaats zit. Als de klant tevreden is, kan de tatoeage beginnen.